Ga naar de inhoud
Euphoria Wine · Tapas · Moments Contact
Terug naar Druiven

Rode wijn

Gamay

Blauwe druif met frisse zuren, zachte tannines en aroma’s van kers, framboos, bloemen en peper — lichtvoetig in zijn jeugd, maar verrassend diep in de beste crus.

Oorsprong & verhaal

Gamay, voluit Gamay Noir à Jus Blanc, is een natuurlijke kruising van Pinot Noir en Gouais Blanc. De druif werd al in de veertiende eeuw in Bourgogne vermeld.

In 1395 verbood hertog Filips de Stoute de aanplant van Gamay in het toenmalige hertogdom Bourgogne. De productieve druif werd gezien als een bedreiging voor de reputatie van Pinot Noir. Gamay vond vervolgens verder naar het zuiden een plaats waar hij werkelijk tot zijn recht kwam: Beaujolais.

Daar ontwikkelde hij een heel eigen identiteit. Op granietrijke bodems geeft Gamay levendige, geurige wijnen met veel fruit en frisse zuren. Hoewel hij vaak wordt verbonden met lichte en jonge wijn, kunnen oude stokken, lage opbrengsten en bijzondere terroirs ook krachtige, complexe wijnen opleveren.

Gamay is tegenwoordig het hart van Beaujolais en vormt de rode draad door alle twaalf appellations van de streek.

Verschillende stijlen

De lichtste stijl is Beaujolais Nouveau: jong, sappig en gemaakt om kort na de oogst te drinken. Het accent ligt op vers fruit en onmiddellijk drinkplezier.

Beaujolais en Beaujolais-Villages zijn doorgaans iets serieuzer, met meer structuur en kruidigheid.

De tien crus tonen de grootste verschillen. Fleurie en Chiroubles zijn vaak verfijnd en floraal, terwijl Morgon en Moulin-à-Vent voller, steviger en geschikter voor rijping kunnen zijn.

Gamay wordt voornamelijk gebruikt voor rode wijn, maar er bestaan ook frisse en fruitige roséwijnen van deze druif.

Belangrijke wijngebieden

Beaujolais
Beaujolais-Villages
De tien crus van Beaujolais
Mâconnais en andere delen van Bourgogne
Touraine en enkele andere delen van de Loire
Kleine aanplant in Zwitserland en andere koele wijngebieden

Foodpairing

Dankzij zijn frisse zuren, sappige fruit en zachte tannines is Gamay heel veelzijdig aan tafel.

Hij combineert mooi met:

charcuterie en paté;
jamón en milde chorizo;
gegrilde kip en varkensvlees;
gehaktballetjes in tomatensaus;
paddenstoelen en gegrilde groenten;
kroketjes en zachte kazen;
licht gekoelde zomerse tapas.

Serveren & bewaren

Lichte Gamay komt het beste tot zijn recht op ongeveer 12–14 °C. Krachtigere cru-wijnen kunnen iets warmer, rond 14–16 °C, worden geserveerd.

De meeste fruitige stijlen zijn bedoeld om jong te drinken. Goede wijnen uit Morgon, Moulin-à-Vent en andere crus kunnen zich echter gedurende vijf tot tien jaar — soms langer — verder ontwikkelen.

Wijnen van Gamay

Binnenkort vind je hier onze selectie wijnen van dit druivenras.